
In de zuivelmarkt is de wereldwijde melkproductie de fundamentele hartslag, die cruciaal inzicht geeft in de aanbodzijde van de sector. De melkproductie begrijpen en volgen is voor iedereen in de zuivelketen essentieel: het is de barometer voor de gezondheid en de stabiliteit van de sector.
Om de dynamiek van de melkproductie te doorgronden, bekijken we vijf bepalende indicatoren die de melkvolumes aansturen, zie figuur 1. Het gewicht van die indicatoren kan per melkproducerende regio verschillen, maar ons doel is een wereldwijd perspectief te bieden.
Aan de hand van historische trends en met de data van Vesper willen we je een compleet beeld geven van deze vijf indicatoren.

Figuur 1: Vijf indicatoren van de melkproductie
1. Melkprijzen af boerderij
Zuivelcoöperaties passen de melkprijs af boerderij gericht aan, en dat speelt een centrale rol bij het stabiliseren van de markt. Die aanpassingen moeten grondstofprijzen in evenwicht brengen, productieramingen op elkaar afstemmen en de winstmarges van de coöperaties verbeteren.
In 2022 bleek dat een stijging van de melkprijs af boerderij een stevige melkproductie op gang bracht, wat het directe verband tussen prijsstrategie en volume onderstreept. Zoals figuur 2 laat zien, verhoogden de coöperaties de melkprijs af boerderij in december 2022 tot ongeveer 600 EUR per ton, oftewel 0,60 EUR per kilo.

Figuur 2: Wereldwijde melkprijzen Noord-Europa in EUR/MT
Die prikkel leverde in de eerste helft van 2023 een gezonde melkproductie op, met een stevige voorjaarspiek van in totaal 14.808.507 ton in mei, een bescheiden stijging van 1,11 % ten opzichte van 2022 in Europa.
Naarmate het jaar vorderde, maakte de verlaging van de melkprijs af boerderij het voor melkveehouders minder aantrekkelijk om de productie verder op te voeren. De cijfers bleven in de tweede jaarhelft gezond, maar het verschil tussen de melkproductie in 2023 en die in 2022 werd kleiner, zie figuur 3.

Figuur 3: Maandelijkse melkproductie Europe 38 in MT
2. Rundveevoer
De kosten van rundveevoer zijn een bepalende factor voor de winstmarge van een melkveehouder, want voer blijft de grootste kostenpost. Het fijne evenwicht tussen de melkprijs af boerderij en de voerkosten begrijpen is onmisbaar, omdat het direct bepaalt of het voor een veehouder economisch verstandig is om meer te voeren, wat vervolgens doorwerkt in de melkvolumes.
Een voorbeeld: als het verschil tussen de melkprijs af boerderij en de kosten van melkveevoer groter wordt, stijgen de winstmarges van veehouders en wordt het voor hen aantrekkelijker om hun koeien meer te voeren. Een hogere voeropname leidt tot meer melk, met hogere vet- en proteïnegehaltes in die melk. Omgekeerd drukken lagere winstmarges de melkvolumes.
In de Verenigde Staten heeft aanhoudende margedruk tot lagere melkvolumes geleid. Zoals figuur 4 laat zien, brengt het verschil tussen de prijzen voor melkveevoer en de prijzen voor melk klasse III die uitdaging in beeld. Let op: in Vesper kun je de vergelijking ook met andere melkklassen maken, bijvoorbeeld met alle melkklassen, met melk klasse IV en meer.

Figuur 4: Prijsvergelijking tussen Amerikaans melkveevoer en USDA-melk klasse III in USD/mt
3. Rundvleesprijzen
Een andere prikkel voor melkveehouders kan het prijsniveau van rundvlees zijn. Hoge rundvleesprijzen kunnen de winstmarges verbeteren, zeker wanneer de kosten voor het opfokken en houden van runderen, inclusief voer, hoog zijn of oplopen. In zulke situaties kiezen veehouders er mogelijk voor om hun dieren voor de slacht te verkopen in plaats van hogere houderijkosten te dragen, helemaal als het prijsniveau van rundvlees gunstig is.
In figuur 5 bijvoorbeeld noteerden levende runderen op de CME in oktober recordhoogtes, terwijl de marge op melk in de Verenigde Staten middelmatig bleef.

Figuur 5: Prijzen voor levende runderen op de CME in EUR/MT
Met stevige opbrengsten uit de verkoop van koeien voor rundvlees lag de uitkomst voor de hand: een duidelijke toename van het aantal koeslachtingen tussen maart en half augustus 2023, met flinke gevolgen voor de omvang van de veestapel, zoals figuur 6 laat zien. De cijfers sinds het begin van het jaar wijzen op een stijging van de koeslachtingen met 3,63 % ten opzichte van het jaar ervoor, 2022.

Figuur 6: Wekelijkse slacht van melkkoeien in de Verenigde Staten (x1000 stuks)
Dat leidde in de tweede jaarhelft tot een daling van de melkproductie ten opzichte van 2022, zoals figuur 7 laat zien.

Figuur 7: Maandelijkse melkproductie in de Verenigde Staten in MT
4. Weersomstandigheden
De vierde indicator van de melkproductie zijn de weersomstandigheden. Die spelen een belangrijke rol in de melkvolumes, vooral wanneer koeien worden blootgesteld aan hogere temperaturen die hittestress kunnen veroorzaken. Hittestress ontstaat wanneer koeien hun overtollige warmte moeilijk kwijtraken, wat leidt tot een lagere voeropname en daarmee tot minder melk. Die daling gaat ook gepaard met lagere vetpercentages en lagere proteïnegehaltes in de melk.
In het voorjaar en het najaar van 2023 bijvoorbeeld noteerden de meeste regio’s in Europa op het noordelijk halfrond iets hogere temperaturen, met daarna een temperatuurdaling in de zomer. Dat zorgde in iets koelere gebieden voor gunstige omstandigheden voor de melkproductie, terwijl warmere regio’s zoals Zuid-Europa en Californië te maken kregen met extreme hitte, wat de koeien zwaar viel en tot een duidelijke daling van de melkvolumes leidde.
In Europa lag de gemiddelde temperatuur in de zuidelijke delen van juni tot en met augustus 3 graden Celsius hoger dan gebruikelijk, aldus de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), zoals figuur 8 laat zien.

Figuur 8: EUROPA - temperatuurafwijking (C) juni tot en met augustus 2023, volgens NOAA
De melkproductie sinds het begin van het jaar bleef in Spanje vrijwel onveranderd, met een lichte stijging van 0,06 % tot 5.550.640 MT. Griekenland noteerde een daling van 1,36 % tot in totaal 478.920 MT, Italië een daling van 2,36 % tot 9.495.970 MT en Frankrijk een daling van 2,32 % tot 17.787.780 MT per september.
5. Grasgroei
De laatste indicator van de melkproductie, nauw verbonden met de weersomstandigheden, is de grasgroei. Die factor weegt vooral zwaar in Nieuw-Zeeland, waar de marges van veehouders ondergeschikt zijn aan de waarde van de grasgroei, omdat de koeien in dat land overwegend op gras als hoofdvoer draaien. De grasgroei beoordelen levert waardevolle aanwijzingen op over de melkvolumes van morgen.
In Vesper kun je aan het voortschrijdend gemiddelde over 30 dagen aflezen of de grasgroei gunstig is. In figuur 9 bijvoorbeeld was dat voortschrijdend gemiddelde het hele jaar door gunstig, vooral aan het begin en aan het eind van het jaar, en lag het ruim boven het vijfjaarsgemiddelde.

Figuur 9: Grasgroei-index Nieuw-Zeeland
Door die gunstige grasgroei is de melkproductie van Nieuw-Zeeland op het niveau van vorig jaar gebleven, met een lichte stijging van 1,55 % sinds het begin van het jaar ten opzichte van het jaar ervoor.
Ga deze indicatoren van de melkproductie zelf volgen! Nu duidelijk wordt hoe prijsstrategieën, voerkosten, rundvleesprijzen, weersomstandigheden en grasgroei met elkaar samenhangen, blijkt dat je een integrale blik nodig hebt om schommelingen in de melkproductie te begrijpen.
Volg en analyseer deze indicatoren zelf, met realtime data van het platform van Vesper. Zet je gratis proefperiode in een paar simpele stappen op. Je proefperiode is helemaal vrijblijvend.


